Velmont
Toegang tot betere tarieven

Bespaar tot 20% op je inboedelverzekering

Hoe meer mensen meedoen, hoe lager de prijs.

Je inboedel is meer waard dan je denkt. Het gemiddelde Nederlandse huishouden heeft een inboedelwaarde van 30.000 tot 35.000 euro. Een inboedelverzekering beschermt je tegen brand, diefstal, waterschade en storm. Via Velmont doe je mee aan collectieve inkoop en onderhandelen we als groep betere premies bij geselecteerde verzekeraars.

  • Geen verplichtingen
  • Geselecteerde aanbieders
  • Collectieve onderhandeling

Doe mee met de collectieve actie

Meld je aan en we nemen contact op zodra er voldoende deelnemers zijn in jouw regio.

Vrijblijvend • Geen verplichtingen • Binnen 1 minuut

Zo werkt Velmont

1

Jij meldt je aan

Vul je gegevens in, vrijblijvend en gratis.

2

Wij verzamelen deelnemers

Door heel Nederland.

3

Wij onderhandelen

Als groep voor betere tarieven.

4

Jij ontvangt een aanbod

Van een geselecteerde aanbieder.

Wat kost een inboedelverzekering in 2026?

De premie van een inboedelverzekering hangt af van je inboedelwaarde, je woonplaats, het type dekking en je leeftijd. De goedkoopste opties in maart 2026 beginnen bij 4 tot 5 euro per maand. De gemiddelde premie in Nederland is 658 euro per jaar, een stijging van 20% in vier jaar tijd.

De goedkoopste aanbieders in 2026:

  • OHRA: 4,38 euro per maand
  • FBTO: 4,98 euro per maand
  • Centraal Beheer: 5,17 euro per maand
  • Inshared: 5,81 euro per maand

De premie varieert sterk per regio. In Limburg betaal je gemiddeld meer dan 800 euro per jaar, in Noord-Brabant meer dan 730 euro. In Friesland is de premie het laagst: 580 euro per jaar. Het verschil wordt veroorzaakt door het schaderisico in de regio: gebieden met meer inbraak of weerschade zijn duurder.

Ook de leeftijd speelt een rol. Jongeren (18 tot 24 jaar) betalen gemiddeld 570 euro per jaar. De groep 45 tot 54 jaar betaalt meer dan 750 euro. De reden: oudere huishoudens hebben meer en duurdere spullen.

Nieuwwaarde of dagwaarde: het belangrijkste verschil

De dekking van je inboedelverzekering bepaalt hoeveel je terugkrijgt bij schade. Er zijn twee systemen: nieuwwaarde en dagwaarde. Het verschil is groot.

Nieuwwaarde: Je krijgt het bedrag terug om een nieuw, vergelijkbaar product te kopen. Een laptop van 1.200 euro die twee jaar oud is en gestolen wordt, krijg je volledig vergoed: 1.200 euro. Nieuwwaarde geldt bij de meeste verzekeraars voor spullen die niet ouder zijn dan vijf jaar (bij sommige tot tien jaar).

Dagwaarde: Je krijgt de huidige waarde van het product terug, na aftrek van afschrijving. Dezelfde laptop van 1.200 euro is na twee jaar nog 300 tot 400 euro waard op dagwaardebasis. Je krijgt dus veel minder terug. Dagwaarde geldt voor oudere spullen of bij goedkopere polissen.

Het verschil kan bij een grote schade (brand, waterschade) duizenden euro's bedragen. Een nieuwwaardedekking kost iets meer premie per maand, maar is de meerprijs meer dan waard. Zeker als je recente elektronica, meubels of kleding hebt.

Basisdekking versus all-risk

Een standaard inboedelverzekering dekt schade door brand, inbraak, storm, water en blikseminslag. Dat zijn de meest voorkomende schadeoorzaken. Een all-risk dekking gaat een stap verder: die dekt alle schade, tenzij er een expliciete uitsluiting in de voorwaarden staat. Onhandigheid (je laat je telefoon vallen), ongelukken (je stoot je televisie om) en schade door huisdieren vallen onder all-risk wel, maar onder een standaard dekking niet.

De best geteste all-risk polissen in 2026:

  • Zevenwouden all-risk: score 8,4 (met 10-jarige vervangingsgarantie)
  • Centraal Beheer all-risk: score 8,3
  • FBTO all-risk: score 8,3
  • Interpolis all-risk: score 8,2

De meerprijs van all-risk ten opzichte van een standaard dekking is 2 tot 5 euro per maand. Of het de moeite waard is, hangt af van je persoonlijke situatie. Heb je jonge kinderen die dingen omgooien? Heb je dure elektronica die je regelmatig meeneemt? Dan is all-risk een verstandige keuze.

Hoeveel is je inboedel waard?

De meeste mensen onderschatten hun inboedelwaarde. Als je alles wat je bezit bij elkaar optelt (meubels, kleding, elektronica, keukenapparatuur, servies, sieraden, fietsen, gereedschap, speelgoed) kom je al snel boven de 30.000 euro uit. Het gemiddelde Nederlandse huishouden zit op 30.000 tot 35.000 euro.

Een te lage opgave van je inboedelwaarde (onderverzekering) is een dure fout. Als je een inboedel van 30.000 euro verzekert voor 20.000 euro, krijg je bij schade maar twee derde van de waarde vergoed. De verzekeraar past dan de "evenredigheidsregel" toe: je ontvangt maar het percentage dat je hebt verzekerd.

Gebruik de inboedelwaardemeter van je verzekeraar of van het Verbond van Verzekeraars om je inboedelwaarde te berekenen. Dat kost tien minuten en voorkomt onderverzekering. De meter houdt rekening met je gezinsgrootte, leeftijd, inkomen en woningtype.

Eigen risico: lager is niet altijd beter

Bij de meeste inboedelverzekeringen kun je kiezen voor een eigen risico van nul, honderd of tweehonderdvijftig euro. Een hoger eigen risico verlaagt je maandpremie. De besparing is 2 tot 5 euro per maand bij een eigen risico van tweehonderdvijftig euro ten opzichte van nul euro eigen risico. Op jaarbasis is dat 24 tot 60 euro premieverlaging.

Als je zelden of nooit schade claimt, is een hoger eigen risico financieel verstandiger. Je betaalt minder premie en alleen bij daadwerkelijke schade het eigen risico. Claim je vaker dan eens per twee jaar? Dan is een lager eigen risico voordeliger.

Veelgemaakte fouten bij inboedelverzekeringen

De meest gemaakte fout is onderverzekering: te weinig waarde opgeven om premie te besparen. Bij schade krijg je dan minder uitgekeerd dan je verwacht. Een tweede fout is het niet melden van waardevolle spullen. Sieraden, kunst en verzamelingen boven een bepaalde waarde (vaak 6.000 euro per set of 15.000 euro totaal) moeten apart worden opgegeven. Doe je dat niet, dan zijn ze niet gedekt.

Een derde fout is het nooit herzien van je polis. Je inboedel verandert: je koopt een nieuwe keuken, een dure fiets, een laptop. Als je die niet doorgeeft aan je verzekeraar, ben je onderverzekerd. Controleer je polis minstens eens per twee jaar en pas de waarde aan.

Tot slot vergeten veel mensen hun buitenspullen. Fietsen in de schuur, tuinmeubels op het terras en speelgoed in de tuin vallen ook onder je inboedel. Zorg dat ze meegeteld zijn in je inboedelwaarde.

Wat wordt er precies gedekt?

Een standaard inboedelverzekering dekt schade door de volgende oorzaken:

  • Brand: Inclusief rook- en roetschade. Ook schade door bluswater is gedekt.
  • Inbraak en diefstal: Alleen als er sporen van braak zijn. Diefstal zonder braak (je laat de deur open) valt er niet onder.
  • Storm: Schade door wind van minimaal windkracht 7. Hagelschade valt hier ook onder.
  • Waterschade: Door een lekkende leiding, een gesprongen wasmachineslang of overlopend badwater. Niet: water dat van buiten naar binnen komt (overstromingsschade is meestal uitgesloten).
  • Blikseminslag: Directe inslag en overspanning door onweer.

Niet gedekt bij een standaard dekking: eigen onhandigheid (telefoon laten vallen, koffie over laptop morsen), schade door huisdieren en slijtage. Dat is precies het verschil met all-risk: die dekt wel onhandigheid en ongelukken.

Tips om je premie te verlagen

Er zijn meerdere manieren om je inboedelpremie te drukken zonder in te leveren op dekking:

  • Vergelijk jaarlijks: Premies varieen sterk per verzekeraar. Overstappen kan tientallen tot honderden euro's per jaar besparen. Inboedelverzekeringen zijn per maand opzegbaar.
  • Verhoog je eigen risico: Van nul naar tweehonderdvijftig euro eigen risico bespaart je 24 tot 60 euro per jaar aan premie.
  • Combineer polissen: Inboedel plus opstal bij dezelfde verzekeraar levert 5 tot 10% combinatiekorting op. Voeg je aansprakelijkheid en rechtsbijstand toe, dan kan de korting oplopen tot 15%.
  • Beveilig je woning: Een goedgekeurd slot (SKG drie sterren) en een alarmsysteem verlagen je premie met 5 tot 10%. De verzekeraar ziet je als een lager risico.
  • Geen overbodige dekking: Als je geen dure sieraden of kunst hebt, hoef je geen extra verzekerde som voor kostbaarheden toe te voegen.

Wanneer claim je wel en wanneer niet?

Niet elke schade is het waard om te claimen. Bij kleine schades (een kapot raam, een gestolen fietstas) kan het verstandiger zijn om de kosten zelf te dragen. De reden: bij sommige verzekeraars leidt veelvuldig claimen tot een hogere premie bij verlenging of tot een negatieve registratie in het claimhistorieregister (CIS).

De vuistregel: claim alleen bij schade die aanzienlijk hoger is dan je eigen risico. Bij een eigen risico van honderd euro en een schade van tweehonderd euro krijg je maar honderd euro uitgekeerd. De administratieve moeite en het mogelijke premie-effect wegen dan niet op tegen de uitkering. Bij grotere schades (vanaf vijfhonderd euro) is claimen wel verstandig, daar is de verzekering voor bedoeld.

Documenteer je spullen goed. Maak foto's van waardevolle bezittingen en bewaar aankoopbonnen digitaal (in de cloud). Bij een schadeclaim moet je kunnen aantonen wat je had en wat het waard was. Zonder bewijs kan de verzekeraar de uitkering verlagen.

Inboedel en opstal: wat is het verschil?

De inboedelverzekering dekt alles wat je meeneemt als je verhuist: meubels, kleding, elektronica, servies. De opstalverzekering dekt het gebouw zelf: muren, dak, kozijnen, keuken, badkamer, vloeren. Als huurder heb je alleen een inboedelverzekering nodig. Als huiseigenaar heb je beide nodig. Een veelgemaakte fout is dat huurders denken dat de verhuurder hun spullen verzekert. Dat is niet zo: de verhuurder verzekert alleen het gebouw, niet jouw meubels, kleding en elektronica. Als huurder ben je zelf verantwoordelijk voor het verzekeren van je inboedel.

Veel verzekeraars bieden combinatiepolissen aan (inboedel plus opstal) met een korting van 5 tot 10%. Dat is voordeliger dan twee losse polissen bij twee verschillende verzekeraars. En bij schade heb je maar met een verzekeraar te maken.

Collectieve inkoop via Velmont

Inboedelverzekeringen worden goedkoper bij collectieve inkoop. Verzekeraars bieden groepskortingen omdat het risico gespreid wordt over meer polissen en de administratiekosten per polis lager zijn. De collectiviteitskorting bedraagt 5 tot 15% op de premie.

Via Velmont verzamelen we deelnemers en onderhandelen we als groep betere premies bij geselecteerde verzekeraars. Je krijgt dezelfde dekking en service, maar voor een lagere premie. Combineer je inboedel met opstal, aansprakelijkheid of rechtsbijstand in een pakket en de korting wordt nog groter. Veel deelnemers besparen vijftig tot honderdvijftig euro per jaar op hun woonverzekeringspakket door collectief in te kopen. De verzekeraar profiteert van een groot volume polissen met lagere acquisitiekosten, en die besparing wordt doorberekend aan jou als deelnemer.

Meld je aan en we nemen contact op zodra er een scherp collectief aanbod beschikbaar is. Vrijblijvend, geen verplichtingen. Wij regelen de vergelijking en onderhandeling, jij geniet van een lagere premie met dezelfde bescherming.